Blog – Misverstanden in het eerste jaar van een pup – deel 3

Er doen veel verhalen en adviezen de ronde over de opvoeding en ontwikkeling van pups.  Fit Dog Program wil graag wat orde scheppen in alle verhalen en misverstanden. In deze serie van 3 Blogs gaan we dieper in op een aantal dingen die vaak geroepen worden zonder dat er direct een onderbouwing voor is. Vandaag deel 3 over spelen, onhandige pups, kreupele pups en traplopen.

Is spelen goed?

Spelen in het nest met nestgenoten is een prima oefening voor zijn latere leven. De pup leert rekening te houden met andere hondjes, hij leert nieuwe vaardigheden en zijn eigen kracht. Veel hondeneigenaren vinden spelen heel belangrijk. Waarschijnlijk omdat kinderen ook veel moeten spelen voor hun ontwikkeling. Maar spelen moet wel iets toevoegen. Pups onderling moeten ongeveer even groot en sterk zijn. De een moet de ander niet overheersen, niet fysiek en niet mentaal. Een pupje dat steeds het onderspit delft zal er geen goede herinneringen aan overhouden.

Spelen met een sociale volwassen hond die zich aanpast aan de pup en erbij gaat liggen, kan een goede ervaring zijn. Als de volwassen hond te heftig reageert op de pup of te lomp wordt, grijp dan wel in. Natuurlijk moet de pup leren hoe honden zich onderling gedragen, maar zomaar spelen kan ten koste gaan van de pup, zowel lichamelijk als geestelijk. Als pup mee racen achter de andere honden uit de roedel is ook geen goed plan. Dat kan hij lichamelijk nog niet aan. Snelheid en kracht komen pas later in het leven tot ontwikkeling. Spelen op zijn eigen niveau, zelf met speeltjes of met jou als eigenaar levert wel goede ervaringen op.

 

Pup is onhandig, glijdt vaak uit. Moet ik me zorgen maken?

Een pup leert bewegen en zich ontwikkelen door bewegingen uit te proberen. Honden bewegen net als wij in patronen. Deze worden opgebouwd vanaf de vroegste jeugd met steeds een stukje erbij. Hoe uitgebreider het patroon, des te verfijnder de bewegingen. Als een pup uitglijdt is dat helemaal niet erg. Hij moet ondervinden dat de vloer ook glad kan zijn. De keer daarna zal hij er rekening mee houden en niet meer uitglijden. Pups die blijven uitglijden of onhandig gedrag vertonen, moeten wel in de gaten gehouden worden. Bekijk hoe hun Core Stability (CS) is en ga dat al in een vroeg stadium extra oefenen. Fit Dog Program heeft tests ontwikkeld waarmee je de Core Stability van je pup/hond kunt controleren. Het is voor elke pup goed om balansoefeningen te doen die de CS verbeteren, maar voor onhandige pupjes is het essentieel. Het beste is de balansoefeningen al te doen als de patronen worden aangeleerd, dus al in de eerste maanden van hun leven. Dan is er nog veel te winnen. Sla je deze fase over dan heb je serieus kans op minder vaardige honden en later op meer blessures. Bedenk dat elke hond uiteindelijk probleemloos op een gladde vloer moet kunnen lopen!

Pup van ongeveer 5 maanden loopt kreupel, maar hij herstelt weer. Gaat wel over toch?

Pups groeien enorm snel. Een hond behoort tot de snelst groeiende zoogdieren in het eerste jaar. Het is dus niet zo vreemd dat er wel eens wat mis kan gaan. Er zijn verschillende groeistoornissen, die eigenlijk allemaal de eerste symptomen in de snelstgroeiende periode van 4 tot 6 maanden laten zien. Als je jonge hond rond 5 maanden zonder duidelijke reden even kreupel loopt – ook al herstelt hij zich – is het altijd aan te bevelen om voor de zekerheid je hond te laten nakijken door je dierenarts. Bij alle groeistoornissen is het beter om vroeg de behandeling in te stellen, dan is de kans op een betere prognose veel groter.

Pups mogen niet traplopen

Traplopen is een bezigheid die je beslist al jong moet aanleren. Op zich is traplopen – mits het rustig wordt aangeleerd! – geen zware belasting voor de hond. Wel natuurlijk als hij als een gek de trap op en af rent. Dat is voor het jonge skelet een veel te zware belasting. Juist omdat pups zo goed leren en alles onthouden is het raadzaam om hem al jong te leren een trap rustig te nemen. Hij zal dat dan altijd blijven doen. Je kan er mee beginnen als de pup groot genoeg is om een trede te kunnen opstappen. Fit Dog Program heeft al eerder een blog over traplopen geschreven.

Als je een pup hebt of binnenkort krijgt, en je meer wil weten over de fysieke ontwikkeling van een pup in zijn eerste levensjaar, kijk dan eens naar de online cursus “Puppy Fit”. In deze cursus krijg je een grote hoeveelheid tips en oefeningen die passen bij het ontwikkelingsstadium van je pup. Hiermee zorg je ervoor dat hij goed voorbereid aan zijn actieve volwassen leven (in de sport) kan beginnen. Daardoor zal hij meer kans op succes en minder kans op blessures hebben.

Natuurlijk kun je deel 1 en deel 2 ook nog teruglezen! Wil je op de hoogte blijven, houd de berichten op de Facebook pagina van Fit Dog Program in de gaten!

 

Blog – Misverstanden in het eerste jaar van een pup – deel 2

Foto: Manon Nuvelstijn-Proost

Er doen veel verhalen en adviezen de ronde over de opvoeding en ontwikkeling van pups.  Fit Dog Program wil graag wat orde scheppen in alle verhalen en misverstanden. In deze serie van 3 Blogs gaan we dieper in op een aantal dingen die vaak geroepen worden zonder dat er direct een onderbouwing voor is. Vandaag deel 2 over wanneer je het beste kunt beginnen met oefeningen, de beroemde/beruchte 5 minuten regel bij het wandelen, en drukke pups die onvermoeibaar lijken. 

 

 

Ik begin pas later aan oefenen/trainen, dan leert hij alles beter

Daar valt in eerste instantie best wat voor te zeggen. Honden kunnen meestal rond de leeftijd van 1 jaar met een sport beginnen. Er zijn ook wel voorbereidende activiteiten waar je al eerder mee kan beginnen, zoals b.v. pre-agility. Maar dan heb je alleen oog voor de toekomstige sport. De basisvoorbereiding op een sport is de goede ontwikkeling van de motoriek en fitheid van de toekomstige sporthond. Hij moet lichamelijk klaar zijn om zonder problemen met de sport te beginnen. Die ontwikkeling begint eigenlijk al in het nest.

Het zenuwstelsel ligt bij geboorte van de pups in principe klaar om gebruikt te worden. Het hoeft alleen maar geactiveerd te worden. Bij elke activiteit wordt het isolatielaagje rond de zenuwen (myeline) dikker gemaakt. Dat laagje zorgt ervoor dat de snelheid van een prikkel in die zenuw omhoog gaat en dat de prikkel specifieker wordt omdat hij niet kan lekken naar andere zenuwbanen. Een zenuw met een verdikte myelineschede blijft altijd intact.

Op een gegeven moment – bij honden denken wij omstreeks 6 à 7 maanden – worden alle zenuwverbindingen die niet regelmatig gebruikt zijn, verwijderd door het lichaam. Op een later tijdstip in het leven worden deze zenuwverbindingen niet meer zo gemakkelijk aangelegd. Je kunt nog best heel veel aanleren, maar de vanzelfsprekendheid van automatismen (ook wel spiergeheugen genoemd) en leervermogen is sterk verminderd. Kinderen die twee talen leren binnen de eerste tien jaar van hun leven zullen levenslang alle talen gemakkelijker leren. Dat leervermogen is geactiveerd. Anderen kunnen best een buitenlandse taal leren, maar zullen nooit zo extreem getalenteerd daarin zijn als degenen, die het op jonge leeftijd hebben geleerd. Ook fietsen verleer je nooit meer als je dat jong hebt geleerd. Daarom is het toch beter om je pup al vroeg spelenderwijs met veel variërende omstandigheden balans en Core Stability aan te leren. Het gemak van bewegen wordt in de eerste maanden geleerd. Daarna moet je roeien met de riemen die je hond heeft. Het is dus jammer als je deze eerste periode ongebruikt voorbij laat gaan.

 

5 minuten regeling voor het wandelen

Er circuleert een regel dat een pup per levensmaand 5 minuten mag wandelen. Fit Dog Program is het daar niet mee eens. Het is een te rigide regel, die natuurlijk uit voorzorg is opgesteld omdat pupeigenaren de neiging hebben om te vroeg al te lang te gaan wandelen. Zeker als je al meerdere honden hebt.

Met een pup ga je niet uitgebreid wandelen. Je kunt hem meenemen in een draagzak op je buik of in een karretje als je met de andere honden wandelt. Het is dan wel goed om hem op gezette tijden een paar minuten op de grond te zetten en hem vrij te laten bewegen. Zoek steeds afwisselende plekken op, die veilig zijn voor de pup. Hij krijgt zo een schat aan ervaringen, die hij goed kan verwerken. Hij kan zo ook kijken naar zijn omgeving en op die manier socialiseren. Kijk goed naar je pup. Als hij moe wordt – en dat is met veel indrukken al snel – stop je met het loslopen en gaat hij terug de kar of draagzak in. Later op de wandeling kan je dit ritueel herhalen.

 

Mijn pup is heel druk. Hij moet nog meer moe worden anders is hij niet te hanteren.

Pups spelen graag en kunnen ongeremd rondrennen. Ze zijn soms niet tot bedaren te brengen. Mensen denken dan dat je je pup moe moet maken. Dat hij te veel energie heeft als hij zo rondrent. Vaak is het tegenovergestelde juist het geval. De pup kan juist moe zijn en overprikkeld. Hij weet eigenlijk niet meer wat hij allemaal doet. Nog afgezien van het feit dat het gevaarlijk voor hem kan zijn omdat hij geen controle over zijn bewegingen meer heeft, zal hij steeds onrustiger worden. Eigenlijk train je hem om druk te worden. Juist als een pup zo ongeremd actief is geef je hem een time-out in de bench. Eerst rust en daarna kan hij weer met frisse moed aan nieuwe activiteiten beginnen.

In de online cursus “Puppy Fit” krijg je diverse tips hoe je kunt zien dat je pup (te) moe is. Daarnaast krijg je een hele reeks aan oefeningen per ontwikkelingsfase, zodat je weet wanneer je welke oefening verantwoord kan doen. De oefeningen worden in detail uitgelegd en met filmpjes ondersteund. En met de theoretische onderbouwing weet je ook waarom bepaalde oefeningen al wel of nog niet geschikt zijn voor jouw pup.

Natuurlijk kun je deel 1 ook nog teruglezen! En binnenkort volgt het derde en laatste deel uit deze serie, hou de berichten op de Facebook pagina van Fit Dog Program in de gaten!

 

Blog – Misverstanden in het eerste jaar van een pup – deel 1

Er doen veel verhalen en adviezen de ronde over de opvoeding en ontwikkeling van pups.  Fit Dog Program wil graag wat orde scheppen in alle verhalen en misverstanden. In deze serie van 3 Blogs gaan we dieper in op een aantal dingen die vaak geroepen worden zonder dat er direct een onderbouwing voor is. Vandaag deel 1 over hoe voorzichtig je wel of niet moet zijn, hoe vroeg je kunt beginnen met het trainen van je pup en hoeveel een pup moet/mag bewegen.

 

(Te) voorzichtig zijn

Een pup is klein en heeft een kwetsbaar skelet. Het skelet is nog niet gebouwd om grote krachten aan te kunnen. Het is te begrijpen dat mensen erg voorzichtig zijn met hun pup. Dat is natuurlijk goed. Maar te voorzichtig zijn is niet goed. Dat belemmert een goede ontwikkeling van je pup tot volwassen hond. Een pup leert net als een kind van ondervinding met vallen en opstaan.

Er is geen andere manier! Een pup moet dus wel bewegen en de kans krijgen zijn eigen fouten te maken. Daarbij zorg je natuurlijk wel altijd voor een veilige omgeving. Door te bewegen wordt het zenuwstelsel geactiveerd en uitgebreid. Hoe uitgebreider het zenuwstelsel, des te beter zal zijn motoriek worden. Het zenuwstelsel wordt ontwikkeld in zijn vroege jeugd. Elke nieuwe ervaring wordt in deze beginperiode voor altijd opgeslagen in bewegingspatronen en spiergeheugen. Maar het opdoen van deze nieuwe ervaringen hoeft gelukkig maar kortdurend te zijn. Voor een pup geldt dus dat je kortdurende activiteiten aanbiedt met veel variatie en daarna veel rusten.

 

Je moet al vroeg beginnen met het trainen van een pup

In de eerste maanden van het leven van een pup train je nog niet. Je biedt en creëert (veilige) situaties waarbij de pup spelenderwijs zijn lichaam leert kennen en zo goed mogelijk gebruiken.

Fit Dog Program maakt in de online cursus “Basisfitheid voor de actieve hond” (voor volwassen honden) gebruik van grondmotorische eigenschappen om structuur aan te brengen in de opzet van de training. Grondmotorische eigenschappen bestaan uit kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, lenigheid en coördinatie. Hierbij is coördinatie verreweg de belangrijkste eigenschap, die alle grondmotorische eigenschappen verbindt.

Voor een pup in de eerste negen maanden van zijn leven is coördinatie de enige grondmotorische eigenschap die we oefenen. De andere eigenschappen komen later aan bod, omdat het lichaam van een pup nog niet voldoende ontwikkeld is om kracht, snelheid en uithoudingsvermogen aan te kunnen en te verwerken. Het zenuwstelsel kan zich al wel ontwikkelen, want dat ligt in principe klaar. In de eerste maanden worden de toekomstige bewegingspatronen opgebouwd met steeds meer verfijning. Het zenuwstelsel wordt geactiveerd en ontwikkeld door balans- en coördinatieoefeningen. Het lichaam van de pup leert hiermee allerlei zenuwverbindingen te maken en spiergeheugen op te bouwen.

Een pup moet niet te veel / juist wel veel bewegen

Een gewricht wordt gevormd als twee botten een verbinding maken. Aan beide bot-uiteinden zit kraakbeen, dat zorgt voor een soepelere beweging en fungeert als stootkussen voor het opvangen van schokken.

Als de kwaliteit van het kraakbeen vermindert ontstaat artrose of slijtage. Dat is een pijnlijke bewegingsbeperkende aandoening, die niet meer hersteld kan worden. De kwaliteit van het kraakbeen wordt in de eerste maanden gevormd op basis van beweging en vraag.

Er is een onderzoek gedaan bij veulens naar de vorming van kraakbeen in de eerste zes maanden. De veulens werden in drie groepen verdeeld. Een groep ging met de moeder in de wei en kon zelf vrij bewegen. Een andere groep bleef uitsluitend in de stal en de derde groep bleef ook op stal, maar werd iedere dag getraind met 100 meter galop.

Na zes maanden bleek dat de groep die in de wei was opgegroeid perfect kraakbeen had gevormd. Bij de groep op stal was geen kraakbeen gevormd en bij derde groep was er wel kraakbeen gevormd, maar was al kapot omdat het te zwaar was belast. Dat leert ons dat er beweging moet zijn om sterk kraakbeen te vormen, maar dat geen of te veel beweging geen kraakbeen of van slechte kwaliteit maakt.

Conclusie

De kunst is een balans te vinden in over- en onderbelasten! Daarom is het zo belangrijk je pup goed te kennen waardoor je snel kunt zien of hij moe is, en of hij de oefeningen goed begrijpt en aankan.

Dat kan alleen als je voldoende kennis hebt van de processen van het zich ontwikkelende lichaam van je pup. Via de online cursus “Puppy Fit” van Fit Dog Program kun je je deze theoretische kennis eigen maken. Daarnaast krijg je heel veel tips en oefeningen om je pup op een verantwoorde manier op te laten groeien tot een gezonde volwassen hond die klaar is voor een actief leven.

Binnenkort volgt het tweede deel uit deze serie, hou de berichten van Fit Dog Program in de gaten!

 

 

Blog – Training + Rust = Succes

Bij Fit Dog Program hameren wij erop dat je over trainingen en rust/herstelperiodes voor je sporthond moet nadenken. Daarom geven wij veel aandacht aan trainingsleer. Volgens ons kan je niet zomaar lukraak gaan trainen. Je moet de regels van de trainingsleer respecteren. Daarbij kunnen we veel leren uit de mensen-sport. Zeker nu voor de olympische spelen zijn alle sporters en hun trainers daar hard mee bezig. Kijk maar eens naar deze uitleg van Mark Tuitert en Rintje Ritsma:

https://nos.nl/artikel/2211011-tuitert-en-ritsma-leggen-uit-pieken-op-de-spelen-hoe-doe-je-dat.html

Vroeger dacht men dat hoe meer en hoe vaker je trainde dat je dan de beste resultaten zou krijgen. Dat is achterhaald. Het lichaam wordt beter als het de gelegenheid krijgt te herstellen. Training plus rust is succes! In eerste instantie klinkt het tegenstrijdig om te gaan rusten als je sterker en beter wilt worden, maar wetenschappelijk onderzoek in de (mensen)sport bewijst het keer op keer. En dit kunnen we 1 op 1 op de hondensport toepassen.

Het lichaam past zich aan aan de eisen waaraan het gesteld wordt. Dat heet met een mooi woord adaptatie. Door trainingsarbeid wordt het lichaam beter, waarna het herstel inzet. De spieren herstellen zich van het overtollige melkzuur en kleine trauma’s in de spiervezels, de afvalstoffen worden afgevoerd en het zenuwstelsel gaat zich voorbereiden op nieuwe taken. Dit proces kost tijd. Als tijdens de opwaartse lijn weer getraind gaat worden zal het lichaam beter te voorschijn komen. Dit heet supercompensatie. Door arbeid krijgt het lichaam een prikkel om sterker te worden en past zich aan door sterker te worden. Dit kan alleen tijdens de rust plaatsvinden. Om je hond goed te trainen en hem te verbeteren is rust dus een essentieel onderdeel.

Wil je meer weten? Achtergrond informatie bieden we in de Fit Dog Program online cursus “Basisfitheid voor de actieve hond”