Inspanning & Belasting

Belasting

Normaal gesproken beweegt het lichaam van de hond veel beter, en kan ook veel meer aan, dan het lichaam van de mens. Dit komt onder andere doordat een hond vierbenig is, waardoor hij makkelijker kan bewegen en minder snel uitgeput raakt. Ook zijn dagelijkse hoeveelheid beweging is over het algemeen veel beter en sportiever dan dat van zijn eigenaren, waardoor hij een veel betere conditie heeft.

Toch geldt ook voor een hond dat er een grens zit aan wat hij aankan, en hoe intensiever de beweging, hoe sneller die grens bereikt wordt.

Hoeveel belasting kan een hond aan?

Om hier een goed beeld van te krijgen, is het belangrijk je te realiseren dat de hoeveelheid belasting die een hond kan verwerken niet alleen afhankelijk is van de krachten die op hem inwerken, maar dat de fysieke staat van dat moment veel belangrijker is. Een heel zware belasting gedurende 30 secondes (in de duinen achter een bal aansprinten in het mulle zand tegen het duin op) hoeft met een superfitte hond aan het begin van de wandeling geen enkel probleem te zijn. Maar na een anderhalf uur wandelen met een groep honden, gevolgd door een half uur spelen en dollen op het strand is diezelfde inspanning vrijwel zeker teveel, ook voor die hele fitte hond.

Fysieke inspanningen hebben een belangrijk nadeel: zij zorgen ervoor dat het lichaam tijdens de betreffende inspanningsperiode steeds minder goed met die inspanningen om kan gaan. Het lastige is ook nog dat hoe zwaarder een inspanning is geweest, hoe sneller het lichaam uitgeput raakt.

Om een inschatting te maken of en in hoeverre een lichaam ‘uitgeput’ raakt, waardoor het ook mogelijk is in te kunnen schatten wat het lichaam nog aan kan, is het belangrijk een onderscheid te maken tussen aerobe belasting en anaerobe belasting. Aerobe inspanning kan namelijk veel langer volgehouden worden dan anaerobe inspanning.

Inspanning en energiesystemen

Elke inspanning kost energie en deze energie moet aangevuld worden. Voor beweging wordt deze energie verbruikt in de spieren. Energie die aangevoerd wordt via het bloed (brandstof en zuurstof) en waarvan de afvalstoffen afgevoerd worden via het bloed (koolzuurgas en water) is schier onuitputtelijk: zolang het bloed ververst wordt, er voldoende brandstof ingenomen wordt (eten) en er voldoende zuurstof is (ademhalen) kan een lichaam dat heel lang volhouden. We noemen dit aerobe energie en de inspanning die daarbij hoort aerobe inspanning.

Helaas heeft aerobe energie een beperking. Alleen inspanningen tot een bepaald maximum kunnen aeroob opgelost worden. Bij de meeste zoogdieren is het mogelijk om tot 80% van de maximale inspanning aeroob plaats te laten vinden. De aanvoer van zuurstof is de beperkende factor om niet nog hogere inspanningen te kunnen leveren.

Gelukkig heeft het lichaam nog energiesystemen die direct energie kunnen leveren zonder dat daar zuurstof voor nodig is; het anaerobe energiesysteem. Deze energiesystemen hebben echter een beperkte werkingsduur: zij kunnen bij maximale inspanning maar tot max. 45 seconden energie leveren. Daarna heeft het lichaam (vrij lang) de tijd nodig om door middel van aanvoer van zuurstof en brandstof deze energiesystemen weer aan te vullen. In de volksmond wordt dit de zuurstofschuld genoemd, maar in feite is dit een onjuiste benaming: zuurstof en brandstof (koolhydraten, eiwitten en vetten) worden gebruikt om de (anaerobe) energieschuld aan te vullen.

Naar pagina 2 van ‘Inspanning en belasting’