Inspanning & belasting - 2

Inwerkende krachten en stabiliteit van het lichaam.

Het lichaam is heel goed in staat om zelf gegenereerde of van buiten inwerkende krachten op het lichaam te verwerken. Hierin spelen het skelet en goed werkende gewrichten een belangrijke rol. De zogenaamde actieve stabiliteit is hierbij de belangrijkste factor. Actieve stabiliteit wordt geregeld door de spieren rond een gewricht. Door op het juiste moment de juiste spieren aan te spannen worden gewrichten veel stabieler. De stabiliteit van een gewricht wordt voor 80% bepaald door het juiste gebruik van de spiermassa die dat gewricht doet bewegen.

De laatste 20% van de stabiliteit (de passieve stabiliteit genoemd) wordt geleverd door de aansluiting van de de verschillende botdelen van het gewricht op elkaar en de verbindende banden en kapsels tussen de botten.

Omdat de actieve stabiliteit zo’n belangrijke rol speelt, en die actieve stabiliteit door spierarbeid geleverd wordt, wordt het ook ineens duidelijk waarom een vermoeide hond veel meer kans loopt op overbelasting en blessures: de actieve stabiliteit valt weg en daarmee het grootste deel van de totale stabiliteit.

Hondensporten en de bijbehorende inspanningen

Als we naar inspanningen kijken, is het belangrijk te bepalen wat voor type inspanning je hond aan het leveren is (aeroob of anaeroob).

Helaas is het zo dat bijna alle vormen van hondensport (met uitzondering van canicross, bikejoring en sledehondensport) voor een groot gedeelte uit anaerobe inspanningen bestaan, omdat deze inspanningen heel intensief zijn. Hierdoor speelt de eigenaar een belangrijke rol in het verantwoord laten bewegen van de hond.

Voor anaerobe inspanningen geldt dat wanneer een hond te lang een intensieve inspanning levert, hij vanzelf steeds minder energie kan opwekken, en dus steeds minder snel kan accelereren, enz. Daarnaast is het zo dat bij het leveren van inspanningen er niet alleen anaerobe inspanningen geleverd worden als de hond zelf in actie komt, maar ook wanneer hij impact van buiten af moet verwerken (landen na een sprong, remmen of een scherpe draai maken). Aangezien de grootte van zo’n impact niet regelbaar en vaak heel intens is, moeten zijn anaerobe energiesystemen op orde zijn, anders is de klap van buitenaf eenvoudigweg niet goed op te vangen.

Blessures ten gevolge van te intensieve inspanningen komen dan ook niet heel vaak voor omdat de inspanning te zwaar was, maar omdat de zware inspanning te lang werd volgehouden of er te weinig rust tussen de opeenvolgende inspanningen gehouden werd.

Om een inschatting te kunnen maken hoe lang een inspanning mag zijn, is het belangrijk te realiseren dat bij 100% inspanning het anaerobe energiesysteem binnen 45 seconden volledig uitgeput is. Daarom levert elke maximale inspanning die langer duurt dan driekwart minuut een verhoogd risico op blessures.

Daarnaast is het ook belangrijk je bewust te zijn dat het herstel van deze ‘zuurstofschuld’ veel langer duurt dan de inspanning zelf. Voor het gemak kun je rekening houden met een factor 10. Als voorbeeld: een agility parcours van 30 seconden geeft een hersteltijd van 300 seconden (5 minuten).

Vooral in trainingen wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met die hersteltijden en worden opeenvolgende oefeningen te snel achter elkaar aangeboden.

Tijd in seconden

Specifiek jachttraining

Voor jachttraining heeft de hond beide energieën nodig. Van te voren is niet duidelijk hoelang en hoe zwaar de oefening/proef zal zijn. Dat hangt af hoe snel de hond de dummy of wild vindt en welke onverwachte obstakels hij in het terrein tegenkomt. De jachthond maakt gebruik van cyclische anaerobe energie. Hij kan in het terrein een heuveltje op moeten lopen of juist afremmen bij het naar beneden gaan, een sprongetje maken, door of over een hekje of rennen door mul zand enz. Bij elke acceleratie of afremming en het anticiperen op ongelijke grond wordt anaerobe energie aangewend. Als zo'n periode te lang duurt ( > 45 seconden) verzuren de spieren. De hond moet daarvan herstellen. Dat lukt ook wel als hij onder 70 % van zijn maximale snelheid blijft. Maar het kost wel tijd. Neem maar aan als hij goed moet zoeken bij lange afstanden, dat de hond verzuurd terugkomt. Het beste is tussen twee oefeningen/proeven rustig te wandelen om zo de energieën weer op peil te krijgen. 

Bij jachttraining trainen vaak meerdere honden in een les en zij wachten tussendoor op de volgende oefening. Die rustpauze is over het algemeen wel voldoende om de hond weer "op te laden". Als je zelf traint let er wel op dat je ook rust inbouwt en niet alles achter elkaar afraffelt. Dan heb je een hond zo zuur als een citroen! Met alle risico's op blessures van dien.

Naar Rust & Herstel