De Core als Basis - 2

Anatomie van de wervelkolom

Wervels
De wervelkolom van de hond bestaat van kop tot staart uit hals-, coronale- en sagittale wervels, heiligbeen en staartwervels. Het Sacro-Iliacale (SI)-gewricht vormt de verbinding tussen wervelkolom en bekken en is gelegen tussen het heiligbeen en de vleugels van het bekken. Een belangrijk gewrichtje dat maar 3 graden beweging toelaat. Als het SI-gewricht vastzit heeft dat veel consequenties voor de rug en achterpoten. Een te los SI-gewricht geeft een ongecoördineerde achterhand vergelijkbaar met bekkeninstabiliteit bij de zwangere vrouw. Het SI-gewricht speelt een zeer belangrijke rol in de Core Stability (CS) en het speelt een cruciale rol in de overdracht van alle krachten van de achterhand via de wervelkolom naar de voorhand. In de achterhand zit de motor, de overbrenging of transmissie is gelegen in het sagittale gebied, heiligbeen en SI-gewricht.

Ruggenmerg
De wervelkolom geeft bescherming aan het ruggenmerg, dat van de hersenen naar de staart loopt. Het ruggenmerg bevat alle zenuwen die hun oorsprong hebben in de hersenen. Uit elke wervel treedt de zenuw, die bij het betreffende lichaamsdeel hoort.
Zenuwen zorgen voor de aansturing en de aan- en ontspanning van de spieren. Aan de borstwervels zitten aan beide zijden de ribben, die een ribbenboog vormen en met het borstbeen verbonden zijn. De ribben geven bescherming aan hart en longen en spelen een belangrijke rol bij de ademhaling.

Grensstreng
Langs de wervelkolom ligt de grensstreng, die de gevoelsinformatie vanuit het lichaam terugbrengt naar het ruggenmerg en vandaar naar de hersenen. Er zijn twee systemen van het zenuwstelsel:
- Het motorisch systeem, dat zorgt voor de aanspanning van de spieren
- Het sensorische systeem, dat informatie terug geeft via de grensstreng naar het ruggenmerg en de hersenen.
Het motorische systeem gaat naar de spieren toe en veroorzaakt de beweging. Het sensorische systeem geeft de informatie terug en loopt van spieren en andere delen uit de buurt naar het ruggenmerg. Beiden reageren op elkaar en kunnen niet zonder elkaar.

Gewrichtjes
Wervels zijn aan elkaar verbonden door tussenwervelschijven en facetgewrichtjes en bij de ribben door een gewrichtje tussen de ribben en wervels. De kleine tussenwervelspieren stabiliseren vooral de facetgewrichten. De stand of hoek van de facetgewrichten hangt af van de plaats in de wervelkolom.

Rugspieren
Bewegingen van de wervelkolom worden gemaakt door de lange rug-, bil- en buikspieren. Dit zijn de lange of globale spieren, ook wel bewegingsspieren genoemd.

Tussen de wervels onderling, soms een wervel overslaand, ligt een netwerk aan kleine spiertjes. Deze spiertjes noemen we de korte of lokale spieren, ook bekend als de houdingsspieren.
De Multifidi zijn daarvan de belangrijkste. Zij geven stabilisatie tussen de wervels onderling en zijn bezaaid met receptoren, die informatie over de stand van de wervelkolom ten opzichte van de ruimte aangeven (= propriocepsis). De korte rugspieren bepalen en controleren de propriocepsis van het lichaam en de stand van de wervelkolom.

Buikspieren
Buikspieren zijn belangrijk bij bewegingen en stabiliteit van de wervelkolom. Er zijn drie soorten buikspieren:
1. Rechte buikspieren
2. Schuine buikspieren
3. Dwarse buikspier (Transversus abdominal)

Anatomie plaatje van de Core spieren bij de mens. Bij de hond ziet het er net zo uit.

De rechte buikspieren (Sixpack) zorgen voor voorwaartse buiging van de romp. Honden kunnen ook een Sixpack hebben, alleen worden we er niet zo opgewonden van omdat het niet zichtbaar is door de vacht.

De schuine buikspieren geven zijdelingse buiging van de romp en lichte vorm van stabilisatie van de wervelkolom in combinatie met de dwarse buikspier.

De dwarse buikspier is een heel bijzondere spier in het lichaam. Het is de enige spier van het lichaam die circulair door het lichaam loopt. Het is de diepste buikspier van de drie en wordt aan de rugzijde verbonden met een sterk peesblad. Aanspanning van deze spier geeft tegelijk aanspanning in de lokale spieren (= Multifidi) bij de wervelkolom. Samen vormen zij de belangrijkste stabilisator van de Core.

Honden trainen hun buikspieren door de rug te buigen/ bekken te kantelen en hun achterpoten onder het lichaam te brengen of hun kop omlaag te doen.
Buikspieren worden getraind:
- bij galopperen
- in water, in mul zand of in hoog gras lopen
- over een tak stappen
- springen
- zwemmen
In galop worden vooral de buikspieren getraind en in draf vooral de mobiliteit van het SI-gewricht.


De basis van ontwikkeling en beweging ligt in en rond de wervelkolom. 
De lokale spieren van rug en buik spelen een essentiële rol in de stabilisatie en beweging van de wervelkolom.