Blog – Misverstanden in het eerste jaar van een pup – deel 2

Foto: Manon Nuvelstijn-Proost

Er doen veel verhalen en adviezen de ronde over de opvoeding en ontwikkeling van pups.  Fit Dog Program wil graag wat orde scheppen in alle verhalen en misverstanden. In deze serie van 3 Blogs gaan we dieper in op een aantal dingen die vaak geroepen worden zonder dat er direct een onderbouwing voor is. Vandaag deel 2 over wanneer je het beste kunt beginnen met oefeningen, de beroemde/beruchte 5 minuten regel bij het wandelen, en drukke pups die onvermoeibaar lijken. 

 

 

Ik begin pas later aan oefenen/trainen, dan leert hij alles beter

Daar valt in eerste instantie best wat voor te zeggen. Honden kunnen meestal rond de leeftijd van 1 jaar met een sport beginnen. Er zijn ook wel voorbereidende activiteiten waar je al eerder mee kan beginnen, zoals b.v. pre-agility. Maar dan heb je alleen oog voor de toekomstige sport. De basisvoorbereiding op een sport is de goede ontwikkeling van de motoriek en fitheid van de toekomstige sporthond. Hij moet lichamelijk klaar zijn om zonder problemen met de sport te beginnen. Die ontwikkeling begint eigenlijk al in het nest.

Het zenuwstelsel ligt bij geboorte van de pups in principe klaar om gebruikt te worden. Het hoeft alleen maar geactiveerd te worden. Bij elke activiteit wordt het isolatielaagje rond de zenuwen (myeline) dikker gemaakt. Dat laagje zorgt ervoor dat de snelheid van een prikkel in die zenuw omhoog gaat en dat de prikkel specifieker wordt omdat hij niet kan lekken naar andere zenuwbanen. Een zenuw met een verdikte myelineschede blijft altijd intact.

Op een gegeven moment – bij honden denken wij omstreeks 6 à 7 maanden – worden alle zenuwverbindingen die niet regelmatig gebruikt zijn, verwijderd door het lichaam. Op een later tijdstip in het leven worden deze zenuwverbindingen niet meer zo gemakkelijk aangelegd. Je kunt nog best heel veel aanleren, maar de vanzelfsprekendheid van automatismen (ook wel spiergeheugen genoemd) en leervermogen is sterk verminderd. Kinderen die twee talen leren binnen de eerste tien jaar van hun leven zullen levenslang alle talen gemakkelijker leren. Dat leervermogen is geactiveerd. Anderen kunnen best een buitenlandse taal leren, maar zullen nooit zo extreem getalenteerd daarin zijn als degenen, die het op jonge leeftijd hebben geleerd. Ook fietsen verleer je nooit meer als je dat jong hebt geleerd. Daarom is het toch beter om je pup al vroeg spelenderwijs met veel variërende omstandigheden balans en Core Stability aan te leren. Het gemak van bewegen wordt in de eerste maanden geleerd. Daarna moet je roeien met de riemen die je hond heeft. Het is dus jammer als je deze eerste periode ongebruikt voorbij laat gaan.

 

5 minuten regeling voor het wandelen

Er circuleert een regel dat een pup per levensmaand 5 minuten mag wandelen. Fit Dog Program is het daar niet mee eens. Het is een te rigide regel, die natuurlijk uit voorzorg is opgesteld omdat pupeigenaren de neiging hebben om te vroeg al te lang te gaan wandelen. Zeker als je al meerdere honden hebt.

Met een pup ga je niet uitgebreid wandelen. Je kunt hem meenemen in een draagzak op je buik of in een karretje als je met de andere honden wandelt. Het is dan wel goed om hem op gezette tijden een paar minuten op de grond te zetten en hem vrij te laten bewegen. Zoek steeds afwisselende plekken op, die veilig zijn voor de pup. Hij krijgt zo een schat aan ervaringen, die hij goed kan verwerken. Hij kan zo ook kijken naar zijn omgeving en op die manier socialiseren. Kijk goed naar je pup. Als hij moe wordt – en dat is met veel indrukken al snel – stop je met het loslopen en gaat hij terug de kar of draagzak in. Later op de wandeling kan je dit ritueel herhalen.

 

Mijn pup is heel druk. Hij moet nog meer moe worden anders is hij niet te hanteren.

Pups spelen graag en kunnen ongeremd rondrennen. Ze zijn soms niet tot bedaren te brengen. Mensen denken dan dat je je pup moe moet maken. Dat hij te veel energie heeft als hij zo rondrent. Vaak is het tegenovergestelde juist het geval. De pup kan juist moe zijn en overprikkeld. Hij weet eigenlijk niet meer wat hij allemaal doet. Nog afgezien van het feit dat het gevaarlijk voor hem kan zijn omdat hij geen controle over zijn bewegingen meer heeft, zal hij steeds onrustiger worden. Eigenlijk train je hem om druk te worden. Juist als een pup zo ongeremd actief is geef je hem een time-out in de bench. Eerst rust en daarna kan hij weer met frisse moed aan nieuwe activiteiten beginnen.

In de online cursus “Puppy Fit” krijg je diverse tips hoe je kunt zien dat je pup (te) moe is. Daarnaast krijg je een hele reeks aan oefeningen per ontwikkelingsfase, zodat je weet wanneer je welke oefening verantwoord kan doen. De oefeningen worden in detail uitgelegd en met filmpjes ondersteund. En met de theoretische onderbouwing weet je ook waarom bepaalde oefeningen al wel of nog niet geschikt zijn voor jouw pup.

Natuurlijk kun je deel 1 ook nog teruglezen! En binnenkort volgt het derde en laatste deel uit deze serie, hou de berichten op de Facebook pagina van Fit Dog Program in de gaten!